Middelbare scholen in Nederland

Net als in veel andere landen ga je in Nederland na de basisschool je educatieproces op een andere school doorzetten. Dit kun je doen bij het voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs. Na het maken van de eindtoetsen maken de ouders samen met het kind en de school een weloverwogen keuze voor een school. Deze middelbare school kan verschillende niveaus hebben aangezien niet iedere leerling hetzelfde is.

Deze scholen zijn een logisch vervolg van de basisschool en hier worden leerlingen klaargestoomd voor het hbo of een universitaire studie. Leerlingen komen hier ongeveer vanaf hun 12e tot hun 17e levensjaar. Dit kan uiteraard verschillen per studie en per persoon.

Sommige middelbare scholen hebben bepaalde eisen die ze stellen aan potentiële leerlingen. Dit kan bijvoorbeeld een hoge score op de eindtoets zijn. Dit doen de scholen om behalve het aangegeven niveau, nog een hogere standaard te hebben. Hierdoor kunnen zij een hoog niveau van educatie en van leerlingen garanderen.

Er zijn verschillende niveaus van middelbare scholen in Nederland voor een leerling om uit te kiezen. Zo heb je het praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo.

Soorten middelbare scholen

Het praktijkonderwijs bestaat voor leerlingen die moeite hebben met leren. Deze kinderen kunnen niet een vmbo-diploma behalen en hebben ander onderwijs nodig. Er zijn verschillende dingen die de leerling te leren krijgen op het praktijkonderwijs. De focus ligt vooral op wonen, werken, burgerschap en vrije tijd. Deze dingen vormen de essentiële basis die geleerd wordt op het praktijkonderwijs.

Deze scholen zijn bedoeld voor mensen die een IQ hebben tussen de 60 en 85. Er wordt een didactische test en een IQ-test gedaan bij potentiële leerlingen om hun niveau vast te stellen. Dit onderwijs duurt normaal gesproken vijf jaar maar dit kan ook langer zijn. Na het praktijkonderwijs is er het vmbo. Het vmbo staat voor voorbereiden middelbaar beroepsonderwijs. De leeftijd van de leerlingen is ongeveer 12 tot 16 jaar en de opleiding duurt gewoonlijk 4 jaar. Binnen het vmbo zijn er verschillende leerwegen waar een leerling voor kan kiezen.

Er is de theoretische, kader (beroepsgericht), gemengde en de basisberoepsgerichte leerweg. De leerwegen zijn ontwikkeld zodat leerlingen zelf een richting kunnen kiezen die bij hun interesses en hun niveau past. De leerlingen worden verwacht zich te ontwikkelen tot een niveau waarbij ze door kunnen stromen naar het mbo. De volgende soort middelbare school is de havo-opleiding. De havo staat voor hoger algemeen voortgezet onderwijs.

Op de havo krijgen leerlingen een algemene opleiding voorgeschoteld en dit is iets anders dan beroepsonderwijs. Er wordt van de leerlingen verwacht dat zij na de havo hbo gaan doen. Het is dus een tussenopleiding in tegenstelling tot het vmbo, dat veel meer op het beroep gericht is. De havo is bedoeld voor mensen tussen de 12 en 17 jaar oud. Op de havo kunnen leerlingen verschillende vakkenpakketten kiezen.

Hierdoor kunnen ze zelf een pakket samenstellen dat past bij hun niveau en hun interesses. De havo is een startkwalificatie en dat houdt in dat het door de overheid wordt gezien als een vereiste om serieus kan te maken op duurzaam geschoold werk. Na het afronden van de havo kunnen de leerlingen dus doorstromen naar het hbo. Er zijn echter ook mensen die het vmbo en mbo hebben afgerond. Zij kunnen dan ook in aanmerking komen om door te stromen naar het hbo. De laatste soort middelbare school is het vwo.

Dit is de middelbare school van het hoogste niveau. Het vwo wordt onderverdeeld in twee categorieën: gymnasium en atheneum. Het verschil tussen deze twee is dat bij gymnasium Grieks en Latijn als vakken wordt gegeven en bij atheneum wordt dit niet gedaan. Het vwo staat voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs. Dit houdt in dat je wordt voorbereid op universitaire vervolgstudies, maar je mag ook hbo-studies doen.

Over het algemeen is het nodig om op de eindtoets van de basisschool minimaal een score van 545 te hebben. Anders word je niet toegelaten of kom je eventueel op een wachtlijst. Bij de havo en het vwo worden de eerste drie jaren gezien als de onderbouw. Bij het vmbo is dit de eerste twee jaar. In de onderbouw wordt er breed lesgegeven en zijn er vaste vakken voor de leerlingen, maar in de bovenbouw kunnen de leerlingen meer specificeren.

Ze kunnen dan vakken kiezen waar ze goed in zijn en dit zijn uiteindelijk de vakken waar de leerlingen ook eindexamen in gaan doen. Voor zowel vmbo, havo als vwo geldt dat er een eindexamen is aan het einde van de opleiding waarin leerlingen worden getoetst op hun vaardigheden.

Ze worden dan getoetst op de kennis die vereist is op hun opleiding. Zonder het behalen van de eindexamens mag een leerling niet zijn opleiding vervolgen maar moet hij of zij het jaar overdoen. Maar als een leerling wel succesvol de examens doorkomt, op welke studie dan ook, kan hij of zij een mooie vervolgstudie kiezen.