Zelfstudie

Er zijn tegenwoordig allerlei manieren om jezelf te verrijken met kennis. Er zijn scholen waar mensen heen gaan om bij te leren en cursussen die worden gevolgd om op de hoogte te blijven. Tegenwoordig zijn er zelfs online cursussen te volgen waarmee je diploma’s kunt behalen. Er zijn allerlei soorten onderwijs beschikbaar, voor allerlei soorten mensen.

Plato was een zeer bekende filosoof die leefde ongeveer 400 jaar voor Christus. Hij stelde zichzelf de vraag: op wat voor manier kan iemand zichzelf het beste iets nieuws aanleren? Plato probeert deze vraag te beantwoorden door te stellen dat mensen heel veel kennis al in hun hersenen hebben. Deze kennis is al aanwezig vanaf de geboorte en alles wat een persoon leert in zijn leven is slechts een herinnering aan iets wat zijn ziel al eerder heeft geleerd. Deze schijnbare tegenstrijdigheid legt Plato nog verder uit. Hij stelt dat als een persoon iets weet, er geen reden is hier vragen over te stellen.

Als een persoon iets niet weet, dan weet deze persoon ook niet hier vragen over te formuleren. De persoon weet hier immers niets van. Hiermee probeert hij aan te geven dat een persoon iets niet kan leren als hij er geen kennis van heeft. Plato omschrijft het leren als een passief proces waarbij informatie en kennis door de jaren heen tot je komen door de ervaringen die je meemaakt en de kennis die je al in je hebt. John Locke is een andere filosoof die ook een antwoord had op de vraag van Plato. Locke had een theorie ontwikkeld waarin een kind vanaf zijn geboorte een biologisch vermogen heeft. Dit vermogen gebruikt het kind om bewegingen te maken en te reageren op de omgeving. Alleen Locke was van mening dat het kind dingen tot zich neemt uit zijn omgeving. Waar Plato dacht dat de baby een soort opslagruimte voor informatie al in zijn hersenen had, denkt Locke dat deze informatie geleidelijk tot de baby komt. Deze informatie komt voornamelijk van de omgeving waarin het kind verkeert en de mensen waar hij mee omgaat.

Al de informatie die door de tijd heen vergaard wordt in het brein van de baby, vormt uiteindelijk een complexe en abstracte structuur van ideeën. Deze beide theorieën kunnen ons nog steeds helpen bij het kijken naar hoe kennis wordt verworven. Er is niet één van beide theorieën waar en er zijn argumenten voor zowel Locke als Plato te bedenken, maar zeker is dat deze theorieën ons het proces van leren beter kunnen laten begrijpen. Ook de educatie psychologie is natuurlijk van belang bij het denken over leren.

Educatie psychologie

James Watson bedacht ooit de term behaviorisme, als stroming met objectieve kijk naar de psychologische wetenschappen met als doel om gedrag te voorspelen, te controleren en te beschrijven. Deze theorie moest net als de natuurlijke wetenschappen geen ruimte laten voor interpretatie.

Het gedrag van mensen en dus ook de manier waarop we leren zou daardoor altijd verklaar kunnen worden. Een andere manier om naar educatie en leren te kijken is door kijken naar leren en conditioneren. Er zijn drie verschillende stromingen in het geval van leren en conditioneren. De eerste stroming heet klassiek conditioneren en stelt dat gedrag een reflex is op eerdere prikkels. Dezelfde oorzaak heeft volgens het klassieke conditioneren dus altijd hetzelfde gevolg.

De tweede stroming wordt operante conditionering genoemd. Dit houdt in dat een eerdere prikkel wordt opgevolgd door een consequentie van het gedrag door beloning of straf. De laatste stroming wordt sociale leertheorie genoemd en begint met een observatie van gedrag. Dit geobserveerde gedrag wordt vervolgens opgevolgd door een model dat het gedrag moet verklaren.

Een andere theorie is de zogeheten overdracht van leren. Dit is het idee dat wat iemand leert op school op een of andere manier wordt toegepast op situaties die heel anders zijn dan die specifieke situatie en setting. Veel hedendaags psychologen zijn het niet met deze theorie eens. Zij vinden dat het bij de overdracht van leren veel te passief wordt voorgesteld.

Volgens de tegenstanders van de theorie zetten studenten juist het geleerde actief om, om het vervolgens ook in andere situaties toe te kunnen passen. Bij de zogeheten overdracht van leren theorie komen veel factoren kijken die het proces kunnen beïnvloeden. De technieken en kwaliteiten van de leraar zijn daar bijvoorbeeld een belangrijk onderdeel van. Ook de kwaliteiten van de leerlingen om het geleerde om te zetten en toe te passen in verschillende situaties speelt natuurlijk een grote rol.

Maar alles bij elkaar kan het aannemen van de overdracht van leren theorie een grote positieve invloed hebben op het leren in een klas. Er kan namelijk een hoger cognitief denkniveau bij de studenten worden bereikt als ze hun kennis toe kunnen passen op nieuwe situaties. Al deze filosofische en psychologische theorieën over leren zijn natuurlijk ook voor zelfstudie van belang. Iemand die doet aan zelfstudie noemen we ook wel een autodidact en hier gaan we hieronder verder over hebben.

Autodidact

De naam autodidact is afgeleid van de Griekse woorden auto en didactikos. Auto betekent zelf en didactikos betekent leren. Een autodidact houdt zich dus bezig met het zelf leren van dingen en hier geen verdere begeleiding bij heeft. De term autodidact wordt niet zomaar gebruikt als iemand bijvoorbeeld zichzelf heeft leren een salto te maken. Het gaat bij een autodidact om iemand met een hoog kennisniveau waarvoor je normaal gesproken een hoge opleiding voor zou moeten hebben. We zien zelfstudie vaak terug in artistieke beroepen zoals bij koks, musici en kunstschilders.

Doordat in Nederland in 1900 de leerplicht werd ingevoerd zien we sinds die tijd steeds minder volledige autodidacten in ons land. Maar in de toekomst zal het aantal waarschijnlijk weer oplopen afhankelijk van de definitie die je hanteert. Een hoop universiteiten en hogescholen bieden namelijk steeds meer onderwijs op afstand aan. Er zijn zelfs een hoop online cursussen die voor iedereen vrij en toegankelijk te volgen zijn. Buiten de cursus krijg je geen enkele begeleiding en dus zou je deze vorm van onderwijs in verband kunnen brengen met een grote mate van zelfstudie, de mensen die de cursus volgen zou je daarom tot op zekere hoogte autodidact kunnen noemen.